Allergie tests


Er zijn slechts enkele tests erkend om voedingsallergieën en – intoleranties aan te tonen:

Huidpriktest

Enkele druppels van het verdachte voedingsallergeen worden op de huid aangebracht en dan in de huid geprikt. Allergenen die vlekken vertonen die minstens 3mm groter zijn dan negatieve controles worden als positief beschouwd. Deze test kan in 95% een negatieve reactie voorspellen, maar een positief resultaat geeft niet noodzakelijk een allergie m.b.t.een voedingsstof aan. Het is niet nodig bepaalde voedingsmiddelen uit te sluiten op basis van deze test alleen. De test is nuttiger voor omgevingsallergieën zoals pels van dieren.


De radio allergo sorbent test (RAST)

Deze RAST test is nuttig om voedingsallergieën te identificeren door de specifieke IgE antilichamen* in het bloed te meten. *IgE of Immunoglobuline E is een type antilichaam dat deel uitmaakt van ons immuunsysteem. Ze worden geproduceerd door de wittebloedcellen in het lichaam om ontstekingen door bacteriën of virussen te bekampen. IgE is het minst voorkomende antilichaam in het bloed, maar is verantwoordelijk om de meeste allergische reacties uit te lokken. Allergische reacties op voedsel komen voor omdat het lichaam foutief reageert op voedselproteïne (bvb koemelkeiwit of soja eiwit) en doet alsof het een vijandelijke indringer is of een allergeen. Deze reactie zorgt ervoor dat er ontstekingssubstanties in het lichaam vrijkomen, zoals histamine, die een allergische reactie tot gevolg hebben zoals diarree, kortademigheid en rode, jeukende huid.

De RAST test is duurder dan de huidpriktesten omdat het bloed wordt onderzocht moet men langer wachten op de resultaten. 


Exclusie diëten

Deze behandelingen zijn specifiek bedoeld voor voedselallergieën en intoleranties, maar kunnen ook deel uitmaken van de diagnostische procedure. Soms kunnen reacties op bepaalde voedingsstoffen duidelijk zijn en onmiddellijk optreden en die moeten dan uitgesloten worden. In andere omstandigheden is het niet duidelijk welke voedingsstof een reactie veroorzaakt en moet er een dieet van uitsluiting gevolgd worden gedurende een hele periode, met een gecontroleerde inbreng van voedingsstoffen om de symptomen in de gaten te kunnen houden. Zo’n type dieet, vooral wanneer het meerdere voedingsstoffen betreft, zou altijd gedaan moeten worden onder de supervisie van een geregistreerd  diëtist (geregistreerd door de gezondheidsraad) die raad kan geven om er zeker van te zijn dat een dieet voedingskundig adequaat is. Exclusie diëten kunnen zeer nuttig zijn om voedingsallergieën en - intoleranties te diagnosticeren.

Andere allergietests

Er zijn maar een beperkt aantal aangewezen tests voor voedingsallergieën en – intoleranties. Er bestaan alternatieve centra die andere test voorstellen. Deze centra en de tests die ze aanbieden kunnen niet aanbevolen worden voor de diagnose van voedingsallergieën en - intoleranties.

Intradermale tests hebben een hoge valse positieve ratio en worden niet aangeraden door de medische autoriteiten. Andere tests zoals diegene die toegepaste kinesiologie bevatten, het testen van haar, electrodermale tests, tests die ontworpen zijn om specifieke IgG antilichamen* in het bloed te bepalen, cytotoxische tests, iriscopie, de vega test en provocatieve voedseltesten onder de tong blijken niet nuttig te zijn bij de diagnose van voedselallergieën en - intoleranties. Het rapport van een consumentenvereniging toont aan dat bekende allergieën niet uit de tests naar voor kwamen en anderen werden overdreven, wat mogelijk zou kunnen leiden tot onaangepaste beperkingen qua dieet. 

*IgG of Immunoglobuline G is een ander type antilichaam dat bacteriën en virussen in het lichaam aanvalt. Dit is het meest voorkomende antilichaam in het lichaam maar het lijkt een kleinere rol te spelen dan de IgE in allergische reacties.